Roedelleider zijn, ja of nee | Dogzine

Roedelleider zijn, ja of nee

leider

Een van de hete hangijzers binnen de kynologie is het woord “roedelleider.” Moet je als eigenaar een roedelleider zijn over je hond, of is dat juist uit den boze? Van oudsher leerden we wat we wel en vooral ook niet moesten doen om onze honden de baas te blijven. Want als dit niet op orde was zou de hond dominant worden en dat leidt tot problemen.
Deze dominantietheorie werd al enige tijd in twijfel getrokken en hedendaagse gedragsdeskundigen zijn van deze theorie afgestapt. Het nieuwe geluid pleit juist voor samenwerking, wederzijds respect en een goede communicatie tussen hond en baas.

Het verouderde dominantiemodel is inmiddels grotendeels ontkracht. Het was gebaseerd op observaties van een roedel wolven en hoe deze een onderlinge verstandshouding hadden. Wetenschappers zagen dat de wolvenroedel vrijwel constant in strijd was om de alfa-positie. Deze werd met behulp van geweld en conflict bemachtigd waarna de andere roedelleden weer uitkeken naar de kans om ook een poging te doen hogerop te komen. Er was dus een constante dominantiestrijd. Dit vertaalden we naar wat volgens ons de natuur van de hond was, en hoe we hier mee om moesten gaan.
Honden werden beschreven als opportunistische dieren bij wie het diepgeworteld in de aard zou zitten om continu te proberen de alfa-positie te bemachtigen.

Hondenexperts uit die tijd vertaalden dit naar gewenst en ongewenst gedrag en bedachten ook hoe eigenaren hier mee om kunnen gaan. Zo zouden we altijd op onze hoede moeten zijn voor dominant gedrag van de hond en moesten we constant bezig zijn met het overduidelijk bevestigen van onze positie als roedelleider, desnoods met geweld. Het gevolg was dat honden zich moesten houden aan redelijk nutteloze regeltjes waar wij als mensen veel waarde aan toeschreven.
Iedereen kent ze wel: de hond mag niet als eerste de deur uit lopen, de hond mag niet eten voordat de baas heeft gegeten en hij mag zeker niet op de bank of op bed!
Minder onschuldig was het advies om de hond met harde hand in een onderdanige positie te dwingen en zogenaamd dominant gedrag hardhandig af te straffen.

Maar de wetenschap staat niet stil, en met de kennis van nu kwam de dominantietheorie van toen op losse schroeven te staan. Zo weten we nu dat de groep geobserveerde wolven in veel dingen niet vergelijkbaar waren met onze huidige honden.

Allereerst ging het eerste onderzoek om een in gevangenschap gehouden groep. Deze hadden niet de ruimte die een natuurlijke roedel zou nemen, en konden daarom ook niet volledig natuurlijk gedrag vertonen. Het is aannemelijk dat de roedeldynamiek werd beïnvloed door de beperkte ruimte waarop de wolven gehouden werden.
Ook was de groep niet op natuurlijke wijze samengesteld. In een wilde wolvenroedel is het normaal dat een aantal jonge dieren zich van de roedel afscheidt zodra ze volwassen zijn, zodat ze hun eigen roedel kunnen stichten. Dit is in gevangenschap onmogelijk en kan ook conflicten in de hand werken. De roedel had geen kans om in een gezond evenwicht te blijven en zich natuurlijk te gedragen. Hierdoor zag men veel meer strijd en agressie dan in een gezonde roedel te zien is.
Het tweede argument dat deze theorie tegenwerkt is het feit dat honden gedomesticeerde dieren zijn. Hoewel ze verwant zijn aan wolven, zijn het tegenwoordig twee verschillende diersoorten die zich al eeuwenlang op verschillende manieren ontwikkelen.

bonobo
Een aap is geen mens

Door domesticatie is de hond geworden tot wat hij nu is: een sociale metgezel voor de mens met nog weinig van het natuurlijk instinct dat de wolf bezit. Domesticatie is een langdurig proces dat veel veranderingen met zich meebrengt, een groot deel van het natuurlijk instinct vervaagt bij gedomesticeerde dieren. Hoewel we in het natuurlijk gedrag van de hond nog steeds veel zien van zijn voorouder is het niet eerlijk om de gedragingen één op één op elkaar te projecteren.
Dit zou vergelijkbaar zijn met het behandelen van een aap alsof het een mens is en volledig in staat is te functioneren als wij van een mens verwachten, en andersom. De familiebanden zijn herkenbaar, maar de diersoorten hebben zich op hun eigen manier ontwikkeld en moeten ook als afzonderlijk beoordeeld worden.

Geen dominantietheorie, maar nu? De grote meerderheid van de hondenprofessionals is van deze dominantietheorie afgestapt, maar hoe wordt dit nu ingevuld? De ideeën lopen sindsdien uiteen.

Een stroming geeft de voorkeur aan het volledig laten vallen van een rangorde. In plaats daarvan moet er sprake zijn van harmonie, wederzijds respect en samenwerking. Honden worden dan opgevoed op basis van het belonen van gewenst gedrag terwijl ongewenst gedrag wordt genegeerd of wordt omgebogen. Ombuigen gebeurt vaak door de hond af te leiden als hij ongewenst gedrag laat zien. Weer anderen leggen de nadruk op het corrigeren van ongewenst gedrag, en alles daar tussenin wordt ook toegepast. Om onze hedendaagse hond een behandeling te geven die het dichtst bij z’n eigen natuur ligt kunnen we toch wel degelijk naar zijn voorouders kijken. Een gezonde, stabiele wolvenroedel vertoont overeenkomsten met hoe honden onderling met elkaar omgaan. Dit concept kan zelfs worden doorgetrokken naar hoe mensen onderling communiceren. Dit kan verklaard worden door het feit dat zowel wolven, honden als mensen een solidaire diersoort zijn.
We leven van nature in groepen en ons instinct is gebaseerd op het overleven van onze diersoort. Hiervoor is het belangrijk om samen te werken en elkaar te steunen om de overlevingskansen te vergroten. In een groep is een diersoort minder kwetsbaar voor natuurlijke vijanden en door voort te planten wordt het voortbestaan van de diersoort gewaarborgd. Een wolvenroedel is dan ook gebaseerd op rust en stabiliteit. Elke wolf heeft z’n eigen plek in de roedel zodat iedereen doet waar hij of zij goed in is. Zwaktes van een dier kunnen worden opgevangen door de rest van de roedel, ze hebben allemaal een gezamenlijk doel: een gezonde roedel vormen met veiligheid voor ieder lid. Daarom is onderlinge strijd uit den boze. Het verzwakt de roedel en maakt het minder goed opgewassen tegen gevaren van buitenaf. In plaats daarvan hebben wolven (en honden) behoefte aan een subtiele communicatie binnen de roedel. Grenzen aangeven zonder een strijd te leveren kent de voorkeur.


 


wit
Duidelijke regels zonder echte agressie

 

Het niet aangeven van grenzen is een keuze die we bij dieren eigenlijk niet terug zien. En zelfs wij mensen zijn constant op zoek naar een zekere hiërarchie. Een harmonieuze roedel bestaat dan ook uit honden die weten wat de regels zijn. Ze weten wat mag, maar ook wat niet mag. Dit zorgt voor duidelijkheid bij iedereen en voorkomt wrijving en irritatie binnen de roedel.
Anders dan vroeger gedacht werd hoeven we de rangorde niet continu hardhandig te bevestigen om deze te handhaven. Juist een harmonieuze roedel heeft genoeg aan subtiele signalen zonder dat er sprake is van pijn, angst en dreiging.

Hiërarchie op deze wijze zien we in het dagelijks leven van de mens ook terug. Binnen een gezin heeft ieder z’n eigen taken, verboden en vrijheden en is er geen sprake van absolute gelijkheid op ieder vlak. Kinderen leren van hun ouders wat wel en niet mag om op te groeien tot goed aangepaste volwassenen, waarbij ouders een voorbeeldrol hebben.
Ook op de werkvloer is een zekere rangorde onmisbaar. Zelfs de moderne werkgever die zich opstelt als teamplayer in plaats van als commanderende baas geeft leiding aan z’n personeel. Hij laat ze niet aanmodderen waarbij alleen gewenst gedrag wordt beoordeeld, dat zou een werknemer onzeker maken. Niemand vindt het prettig om achter een bureau gezet te worden zonder duidelijk plan terwijl men zelf moet uitvinden wat de bedoeling is, en vooral wat niet. In plaats daarvan is er altijd iemand die de leiding neemt en werknemers aanstuurt en begeleidt. Dit kan respectvol, vriendelijk en zonder iemand te kwetsen, maar er is altijd sprake van een rangorde.

Zoals in veel gevallen is de gulden middenweg misschien wel de beste optie. Een hond is het gelukkigst als hij het idee heeft in een harmonieuze roedel te leven. Daarin is hij slechts één onderdeel en vormt de rest van het huishouden de overige roedelleden. Omdat deze wereld is ingericht op de menselijk maatschappij zal de hond als roedelleider niet succesvol zijn, aan de eigenaar dus de taak om die rol op zich te nemen! Dit geeft de hond een gevoel van veiligheid en vertrouwen. Een roedelleider hoeft dan ook niet de hond te domineren, angst aan te jagen of onder druk te zetten. Ook hoeft de positie van roedelleider niet continu bevestigd te worden middels rituelen en gedragingen. Wel kan de eigenaar als roedelleider de hond zekerheid bieden, zelfvertrouwen geven en door moeilijke situaties loodsen door duidelijke aanwijzingen te geven.
Door het goede voorbeeld te geven en structuur te bieden krijgt de hond het gevoel dat hij volledig op z’n baas kan rekenen en zich zelf niet druk hoeft te maken over mogelijke gevaren van buitenaf. Dit geeft een hond rust, vertrouwen en vergroot zijn welzijn!

Een moderne roedelleider kan zich makkelijk onderscheiden:

  • - Straalt rust uit in zowel lichaamstaal als handelen.
  • - Is beheerst. Door een ander roedellid tijdig en rustig te wijzen op ongewenst gedrag wordt frustratie en buitensporige agressie voorkomen.
  • - Heeft als belangrijkste taak om rust en harmonie te bewaren.
  • - Heeft oog voor het welzijn van de overige roedelleden en let op hun gedrag en lichaamstaal. Hun welzijn is belangrijk!
  • - Biedt duidelijkheid. Goed gedrag wordt beloond, slecht gedrag wordt goed gedoseerd gecorrigeerd.
  • - Zorgt voor fysiek en mentaal welzijn van alle roedelleden door goede voeding, voldoende beweging en gepaste training.
  • - Zorgt voor veiligheid. Bange roedelleden kunnen bij de roedelleider terecht voor steun. De roedelleider ontkent het gevaar niet maar toont zelfvertrouwen waar een roedellid steun uit kan halen.

Ben jij al een moderne roedelleider voor jouw hond(en)?