• Een op de tien honden onder medische behandeling na sterilisatie
Leestijd
1 minuut
Tot nu toe gelezen

Een op de tien honden onder medische behandeling na sterilisatie

lun, 11/19/2018 - 13:30

Het castreren van een hond, in het geval van een teef het weghalen van de voortplantingsorganen, staat bekend als een relatief veilige ingreep.

Toch blijkt uit een benchmarkonderzoek in het Verenigd Koninkrijk dat bijna 10% van de honden die de ingreep ondergaat, daarna “abnormaliteiten” krijgt die nadere medische behandeling of zelfs een nieuwe operatie nodig heeft. Het is in het onderzoek niet duidelijk of ook de laparoscopische sterilisatie daarbij is inbegrepen.  Bij nog eens 10% van de honden worden na de operatie abnormaliteiten (dit wordt verder niet uitgesplitst in het verhaal) gevonden die geen verdere medische behandeling nodig hebben. Het rsico op overlijden na de behandeling is zeer gering, 0,1% van de honden overlijdt aan de gevolgen van de ingreep. De data werden verzameld aan de hand van meer dan 32.000 geregistreerde behandelingen. 75% Van de honden kreeg nergens last van.

Vooral complicaties na “spaying”, het weghalen van eierstokken en baarmoeder kwamen vaker voor, na castratie –waarmee hier de behandeling van reuen werd bedoeld, was het aantal abnormaliteiten die medische behandeling vereisten  minder. Uit hetzelfde onderzoek bleek dat het aantal problemen bij katten na castratie/sterilisatie lager ligt als bij honden.  De cijfers worden al enige tijd gevolgd, en er is geen toe- of afname te zien gedurende de laatste jaren, dus nieuwere methodes geven geen ander beeld.

Bij teven ligt het aantal abnormaliteiten na “spaying” zonder behandeling op 13,2%, 11,8% had medische behandeling nodig, nog eens 1,1% een nieuwe operatie, 0,2% van de teven overleed. Bij de castraties waren die getallen respectievelijk  11,4%, 9,3%, 0,7% en 0,1%. Het aantal castraties en spayings was grofweg gelijk, elk bij rond de 8600 honden.

De bechmarking wordt uitgevoerd door VetAudit.

bron

VetAudit

    dossier