• Drie nieuwe rassen voorlopig erkend
Leestijd
2 minuten
Tot nu toe gelezen

Drie nieuwe rassen voorlopig erkend

Fri, 05/24/2019 - 17:04

Naast twee nu officieel erkende hondenrassen door de FCI, zijn er dit jaar ook drie rassen toegelaten op een voorlopige basis. Twee van deze rassen kennen we sinds 1 januari 2019 al in Nederland, waar de Raad van Beheer de rassen erkende en ze nu ook mogen meelopen op shows: de Chodsky Pes (voorlopig erkend op 29 april) en de Prazsky Krysarik (ook voorlopig erkend op 29 april 20129). 

Het derde ras zullen we hier minder snel zien, dat is de Anjing Kintamani-Bali, de Kintamani-Bali Hond. De naam zegt het al, hij komt van Bali (Indonesië). De Kintamani-Bali-hond is een veel voorkomend huisdier in Indonesië. Dit ras komt oorspronkelijk uit het dorp Sukawana in het district Kintamani op Bali. De Kintamani-Bali Dog komt uit een regio met bergen, vulkanen en bossen. De oorsprong van Kintamani-Bali Hond is nog onbekend.

Een oud document uit Bali, de Lontar Bali, noemt Kuluk Gembrong als vermoedelijke oorsprong van de Kintamani-Bali Dog. In 1985, in samenwerking met het Veterinary Medicine Study Program van de Udayana Universiteit, hield de Kintamani-Bali Dog Club van Bali (Pantrab) zijn eerste hondenshow op Bali. De Kintamani-Bali Dog is het nationale ras van Indonesië en erg populair in het land. De hond komt in heel Indonesië voor en wordt gebruikt als metgezel. De hond is genoemd naar de regio van oorsprong.

Qua uiterlijk is het een goed gebalanceerde hond met een rechthoekig lichaam, een wigvormige kop, matige stop, rechtopstaande oren en een sikkelstaart. Zijn vacht bestaat uit een harde oppervacht van medium lengte op het lichaam, iets korter op de kop. De hond heeft ook zachte, korte ondervacht. Kleuren zijn wit, zwart, fawn en brindle. Reuen zijn tussen de 49 en 57 cm groot en rond de 15-18kg, de teven zijn 44-52 cm en 13-16kg. De hond is waakzaam, intelligent, alert, zachtaardig, loyaal en gemakkelijk te trainen. In aanvulling, wikipedia meldt ook nog: De Kintamani lijkt op een mix tussen de Samojeed en een Malamute. Ze hebben lang haar, een breed gezicht, een plat voorhoofd en platte wangen zoals Chinese honden, en zijn ontvankelijk voor het leven als huisdier. Terwijl velen bijna hetzelfde leven leiden als een doorsnee dorpshond, graven ze gaten om hun jongen in groot te brengen en sommigen leven in kleine grotten tussen de rotsblokken rond Kintamani. Ze worden lokaal beschouwd als goed-uitziende honden. De Kintamani-hond is zachtaardig rond mensen, maar behoudt voldoende assertief gedrag om het een goede (maar niet wrede) waakhond te maken. De kleur van de meest gewenste vacht is wit - bij voorkeur met oren met abrikooskleurige punt. Fokkers beperken de honden vaak tot koude, donkere grotten in de buurt van de Kintamani-vulkaan en benadrukken dat het een essentiële stap is in het ontwikkelen van de dikke witte vacht. Bij fawn-, rood- en brindle-variaties heeft het zwarte masker de voorkeur.

Vanaf nu zouden we dus de Kintamani-Bali Hond op Nederlandse en Belgische shows tegen kunnen komen, en wel in groep 5, sectie 5. Wel roept de voorlopige erkenning van de Chodsky Pes en de Prazsky Krysarik weer nieuwe vragen op. Aangezien ze als Nationaal ras erkend waren, liepen ze mee in “groep 11”, de niet-FCI-erkende rassen. Maar de -eveneens voorlopig erkende Lancashire Heeler, loopt mee in groep 1. En kan in principe ook tot Best in Show worden gekozen, iets wat groep 11-honden niet kunnen. Tijdens de Dogshow Oss zagen we het probleem al, de Prague Rattier liep zowel mee in groep 11 als in groep 9. De Chodsky Pes was niet aanwezig, dus ook niet in groep 1 of 11. Desondanks is het voor deelnemers nu verwarrend.