Week van de Teek: tekenziektes | Dogzine

Week van de Teek: tekenziektes

teek

week van de teekWe weten inmiddels dat teken ziektes kunnen overdragen. Sommige van die ziektes zijn gebonden aan bepaalde soorten teken en er zijn heel wat soorten. Maar meerdere ervan komen voor in Nederland. Soms was het verspreidingsgebied in eerste instantie de meer zuidelijke landen in Europa, maar ga er maar vanuit dat die ziektes hier dan ook terecht (kunnen) komen. We reizen wat af namelijk, en we nemen onze huisdieren mee.
Bovendien komen teken ook mee op mensen en in bagage, en ook vliegreisjes is voor een teek geen probleem. Ze komen dus hier, die ziektes. En tegen welke moeten we ons dat vooral wapenen?

Ziekte van Lyme

Allereerst is daar natuurlijk de ziekte van Lyme. Het is een ziekte die wordt overgedragen door een Borrelia bacterie. De besmetting bij mensen is berucht: een probleem dat vaak laat wordt gevonden en de vermoedens zijn er dat er heel wat mensen zijn die Lyme hebben waarbij de juiste diagnose ontbreekt. Dat komt doordat de ziekte lastig te vinden is in het bloed. Er zijn diverse testen voor maar geen enkele claimt volledige betrouwbaarheid.

Honden kunnen ook besmet raken met Lyme. Met name bij pups, waarbij experimenteel besmet werd met de ziekte, werd kreupelheid gezien. Deze kreupelheid was echter altijd tijdelijk. In een paar gevallen is er een vermoeden dat een Borrelia-infectie verband houdt met nierontsteking. Meestal worden honden met een besmetting echter niet ziek en vertonen ze geen of nauwelijks symptomen. Dit geeft aan dat het immuunsysteem van de hond beter bestand is tegen de Borrelia bacterie dan dat van de mens.

Babesiose

Babesiose wordt veroorzaakt door een parasiet die Babesia canis heet. Met name de Dermacentor-teek is een beruchte tussengastheer van deze ziekteverwekker. Babesiose kenmerkt zich door de afbraak van rode bloedcellen. De eerste symptomen zijn sloomheid, gebrek aan eetlust en koorts. Vervolgens ontstaat er bloedarmoede en volgt meestal geelzucht. De verschijnselen beginnen meestal 10-20 dagen na besmetting.
Bij pups is de uiting vaak heftiger en zenuwverschijnselen en shock komen regelmatig voor. Bij tijdige behandeling kan het dier herstellen, maar vaak zijn er chronische restverschijnselen zoals ademhalingsproblemen en hoesten, een verhoogde hartslag en blijvende bloedarmoede. Zonder behandeling zullen de meeste honden overlijden.


 


Ehrlichiose

Ehrlichiose wordt door diverse bacteriën veroorzaakt, maar bij de hond is het met name Ehrlichia canis. De bruine hondenteek Rhipicephalus sanguineus is de overbrenger, maar deze komt in Nederland niet in de natuur voor. In de Verenigde staten, Zuid-Europa en allerlei subtropische en tropische landen is hij echter wel veel voorkomend en importhonden en honden die mee op vakantie zijn geweest brengen hem af en toe het land in. Hoewel hij in ons klimaat niet overleeft kan hij wel degelijk besmetten. De symptomen tonen zich ook weer in fases.
De eerste verschijnselen zien we 1-3 weken na besmetting: koorts en algehele malaise. Bloedingen komen voor en we zien vocht uit de neus en ogen. De aanmaak van bloedcellen wordt onderdrukt, iets dat in bloedonderzoek aantoonbaar kan worden gemaakt.
De tweede fase noemen we sub-klinisch, wat wil zeggen dat de besmetting er nog is maar dat de verschijnselen zijn verdwenen. Dit kan levenslang duren, en soms weet het immuunsysteem van de hond de besmetting zelfs te overwinnen.
Maar een andere mogelijkheid is dat de derde, chronische fase ontstaat. Dan zien we gewichtsverlies, bloedingen, bloedarmoede, koorts, hoesten, gezwollen lymfeklieren, oogproblemen, kreupelheid, veel drinken en plassen en aantasting van de nieren en het zenuwstelsel. De hond is vatbaar voor infecties en het bloedbeeld is constant afwijkend. De hond kan aan dit scala van verschijnselen overlijden. De behandeling bestaat uit een lange antibioticakuur, vochttoediening en soms worden ook bloedtransfusies en prednison ingezet. De prognose is erg afhankelijk van de fase waarin de hond blijft en hoe deze zich ontwikkelt.

Anaplasmose

Anaplasmose is een minder bekend probleem. De bacterie die deze ziekte veroorzaakt is de Anaplasma phagocytophilum. Hij wordt vooral overgedragen door de Ixodes ricinus, beter bekend als de schapenteek. Na een besmetting zijn er niet altijd verschijnselen, maar als ze er zijn lijkt het op ehrlichiose: koorts, sloomheid, diarree, misselijkheid en bloedingen.
Soms is er sprake van een dubbele besmetting, zowel anaplasmose als ehrlichiose en de verschijnselen zijn dan vanzelfsprekend vele malen heviger. De behandeling en prognose is ook vergelijkbaar.

Tekenencefalitis (TBE)

Tekenencefalitis staat ook wel bekend als TBE, of Tick-borne encephalitis. TBE is een virusinfectie, het virus wordt vaak doorgegeven via de tekensoorten Ixodes Scapularis, Ixodes Ricinus en de Ixodes Persculatis. TBE kan zowel meningitis (ontsteking van de hersenvliezen) als encefalitis (hersenontsteking) veroorzaken). Vooral neurologische klachten zijn daarom symptomen om in de gaten te houden. Daarnaast kan een hond met TBE last krijgen van koorts, algehele malaise en een verminderde eetlust. Zonder behandeling van de ontstekingen kan TBE dodelijk zijn. De behandeling bestaat voornamelijk uit het bestrijden van de ontsteking met ontstekingsremmers, het toedienen van vocht en eventueel verdere symptoombestrijding. TBE was voor lange tijd een ziekte die niet in Nederland voorkwam, maar in het voorjaar van 2016 zijn er zowel op de Sallandse Heuvelrug als de Utrechtse Heuvelrug teken gevonden die het TBE virus bij zich droegen. Toch wordt de diagnose nog vaak gemist omdat tekenencefalitis erg zeldzaam is.

Dubbele besmettingen van meerdere tekenziektes komen met zekere regelmaat voor en dat maakt het ziektebeeld dan veel minder duidelijk, maar de ziektes verlopen meestal heftiger. Preventie van deze ziektes is daarom van belang. Dat kan worden gedaan door tekenwerende middelen te gebruiken en tegen sommige van deze ziektes kan gevaccineerd worden.

Over de zin en onzin van deze vaccinaties hebben we het morgen.

dossier