Exoten in opkomst: wasbeerhond gevaarlijker dan wasbeer | Dogzine

Exoten in opkomst: wasbeerhond gevaarlijker dan wasbeer

wasbeerhond

Een multiculturele samenleving is in de natuur meestal verre van goed. Maar toch lijken we daar steeds meer mee te maken te krijgen. Aziatische karpers, Aziatische lieveheersbeestjes, en zeer binnenkort kunnen we ook populaties van een tweetal exoten verwachten waarmee we als hondeneigenaar wat minder blij mee moeten zijn: de wasbeer en de wasbeerhond. Het probleem van deze twee exoten mag dan sowieso al aanwezig zijn voor onze populatie inheemse wilde dieren, ook voor honden kunnen ze flink wat problemen met zich meebrengen, letterlijk, want ziektes als hondenziekte en rabiës, om er maar twee te noemen, zijn bij deze soorten niet onbekend.

De gemiddelde Nederlander zal moeite hebben de twee te onderscheiden, zeker aangezien beide dieren vooral 's nachts actief zijn. Toch zijn het heel verschillende dieren: de wasbeer is letterlijk wat het zegt, een beer uit de familie der Procyonidae (kleine beren), de wasbeerhond is inderdaad een hondachtige, uit de familie der hondachtigen (Canidae). Uit recent Weens onderzoek blijkt dat juist deze familiebanden honden en hondeneigenaren zorgen moeten baren, want de wasbeerhond brengt veel meer en makkelijker parasieten over.

Wasbeerhond

Een volwassen wasbeerhond wordt 50 tot 55 centimeter lang en de staart is ongeveer 15 centimeter lang. Wasbeerhonden hebben een geelachtig bruine grondkleur. Op de kop zijn de dieren zwart met wit, de poten zijn donker, net een deel van de staart. De wasbeerhond heeft een zwart masker rond zijn ogen, en uiterlijk is er een grote overeenkomst met de wasbeer. Met name de kop, met het opvallende donkere gezichtsmasker, doet sterk aan een wasbeer denken. De wasbeerhond is wel groter dan de wasbeer, met een kortere, egaal gekleurde staart en heeft kortere oren. (Foto boven artikel)

De wasbeerhond is een nachtdier, die leeft van planten en dieren. In koude streken houdt hij waarschijnlijk een winterslaap. Het is de enige hondachtige waarvan dit gedrag bekend is. Wasbeerhonden zijn monogaam en leven in paren of in kleine familiegroepjes met de jongen van het vorige nest.  Heel oud worden ze in de natuur niet, 3 tot 4 jaar, maar in gevangenschap wel 11. Zijn komst hebben we te danken aan Russische pelsjagers, die het dier meebrachten naar Europees Rusland voor de jacht en de vacht. Rond de jaren 30 van de vorige eeuw ontsnapten er een paar, die zich prima in leven wisten te houden. De populatie groeide flink en zit inmiddels tot tegen de Nederlandse grens aan. Ter vergelijking, 20 jaar geleden werden er in Duitsland bij de jacht rond de 1000 geschoten, 10 jaar later waren dat er al 30.000. In Nederland heeft de wasbeerhond geen vijanden, want zijn enige opponent buiten de mens is de wolf. Die keert weliswaar ook terug, maar in veel minder snel tempo.

Wasbeer

wasbeer
Wasbeer

Wasberen zijn direct herkenbaar aan hun karakteristieke zwart-met-witte gezichtsmasker en de ruige, zwartgeringde staart.. Het masker valt extra op door de grijze strepen die erboven en onder lopen. Hij heeft een kop-romplengte van 60 tot 100 cm en een schouderhoogte van 30 tot 35 cm. Wasberen leven solitair of in kleine familiegroepen. De dieren hebben een activiteitsgebied, waarbij de woongebieden van verscheidene dieren meestal overlappen. Meestal overlapt het woongebied van een mannetje met één tot drie vrouwtjes. Ze zijn vooral 's nachts actief, maar soms komen wasberen ook overdag tevoorschijn en ze zijn regelmatig in de schemering aan te treffen. De wasbeer is niet kieskeurig wat betreft zijn voedsel en een echte omnivoor. Het voedsel wordt grotendeels nabij water gezocht. Vooral kleine dieren, waaronder wormen, schaaldieren als rivierkreeften, weekdieren, amfibieën als kikkers, kleine zoogdieren tot de grootte van een haas, hagedissen, vissen, insectenlarven en zelfs slangen staan op het menu.

Wasberen houden geen winterslaap, maar raken wel inactief bij te slecht of te koud weer . Wasberen komen uit Noord Amerika, ook ingevoerd voor de jacht, en kennen daardoor behalve de mens geen natuurlijke vijanden in onze streken, aangezien poema's en lynxen hier niet voorkomen.

Verspreiding

In de periode 2009–2015 zijn er regelmatig wasberen gezien in Nederland: in totaal zijn er in deze periode 90 waarnemingen geregistreerd, zo meldt de Universiteit van Wageningen die er op verzoek van de overheid onderzoek naar deed. De resultaten stammen uit begin dit jaar. De waarnemingen komen uit nagenoeg alle delen van het land, met uitzondering van Zeeland en de Waddeneilanden. Dit verspreidingsbeeld suggereert dat de meeste waarnemingen ontsnapte of losgelaten huisdieren betreffen. Op basis van de geregistreerde meldingen zijn er twee locaties aan te wijzen die kansrijk zijn voor een lokaal gevestigde populatie. Dit betreft de omgeving van Doetinchem en de Dordtse Biesbosch. In de Biesbosch bleek inderdaad een volwassen heer te wonen. Op dit moment is er nog geen sprake van grote populaties, maar gelet op de Duitse situatie is dat een kwestie van geduld.

Met betrekking tot de epidemiologische impact en geconfronteerd met een verdere verspreiding in Europa, zou de wasbeerhond juist met het oog op overdraagbare ziekten intensiever moeten worden gecontroleerd 

Al in 2008 verscheen er onderzoek van Oerlemans waarin 27 waarnemingen en 30 dode wasbeerhonden in Nederland werden genoemd. Vooral Limburg, Gelderland, Overijssel en Drenthe bleken populair. Friesland en Groningen zijn daar inmiddels bijgekomen, en de wasbeerhond wordt dan ook gezien als blijver. Beide soorten hebben de status exoot, en mogen dus -als gevaar voor inheemse fauna, bij besluit van Gedeputeerde Staten (de provincies)- worden afgeschoten. Marianne Thieme probeerde in 2014 nog een afschotverbod voor de wasbeerhond te krijgen, doch dat haalde geen meerderheid in de 2e kamer.

Gelet op hun oorsprong, en zeker op de manier van verspreiding, lijken zowel wasbeer als wasbeerhond een soort herhaling van de komst van de muskusrat. Meegenomen als exotische souvenir (in het geval van de Muskus- of Bisamrat een Tsjechische graaf, die ze wel leuk voor zijn visvijver vond), zonder natuurlijke vijanden en dus een recept voor bevolkingsexplosie, overlast en uiteindelijk een uitermate kostbare manier om de omvang en de schade binnen de perken te houden.



Verspreider van ziekte

Zoals gezegd werd in Oostenrijk recent onderzoek gedaan naar de risico's die beide exoten met zich meebrengen. Vooral waar het zoönoses betreft, van dier op mens overdraagbare ziektes, maar ook ziektes die van wild dier op huishond kunnen overspringen. Uit dat onderzoek bleek dat wasberen relatief schoon zijn, er werden nauwelijks gevaarlijke parasieten of bacteriën gevonden in de (op natuurlijke wijze overleden) dieren. Heel anders was dat voor de wasbeerhond.

De onderzoekers: "onze resultaten ondersteunen de stelling van Michler en Michler (2012) dat de epidemiologische betekenis van de wasbeer in Europa is nog steeds laag is. Echter een verdere verspreiding en populatiegroei van deze niet-inheemse soort zal  uiteraard leiden tot (...) een verdere verspreiding van B. procyonoides.. In het geval van de wasbeerhond, bevestigen onze resultaten dat ze  als een gastheer van E. multilocularis, evenals een waarschijnlijke gastheer van  A. alata zijn.en A. alata infecties zijn een steeds groter risico. Bovendien bevestigt onze studie dat de wasbeerhond talrijke B. cf. microti met zich meedragen. Met betrekking tot de epidemiologische impact en geconfronteerd met een verdere verspreiding in Europa, zou de wasbeerhond intensiever moeten worden gecontroleerd juist ook met het oog overgedragen ziekten."

Parasieten

Alaria alata, vooral bekend bij wilde zwijnen, is makkelijk overdraagbaar, ook op de mens, en kan ademhalings- en huidproblemen veroorzaken, maar ook de dood als gevolg van een anafylactische shock (allergische reactie).  B.cf. microti is verantwoordelijk voor de malaria-achtige ziekte babesiose, ook wel tekenkoorts genoemd, omdat overdracht (mede) plaatsvindt door bloed. Babesiosis, nu nog zeldzaam in Nederland (en Europa)  kan zeer ernstig zijn. Opvallend is dat de wasbeerhonden niet de babesia canis canis, de hondenvariant, met zich meedroegen (redelijk ongevaarlijk voor de mens), maar de microti-variant die wel gevaarlijk is voor de mens. In de beperkte samples in Wenen werd microti aangetroffen bij vijf dieren. Ook werd Echinococcus multilocularis aangetroffen, beter bekend als de (op mens en hond overdraagbare) vossenlintworm. Lang een zeldzame verschijning in Nederland, nu steeds vaker gezien. Zeker bij mensen kan de parasiet ernstige, zelfs letale, gevolgen voor vooral de lever hebben, al kan het 5-15 jaar duren voordat de klachten echt ernstig worden. Alleen Trichinella spp, een rondworm, werd (gelukkig) niet gevonden in de Oostenrijkse proef. Ook deze rondworm is gevaarlijk voor de mens en de hond.

Maar al met al bleek de wasbeer dus stukken "gezonder" te zijn voor mensen en honden dan de wasbeerhond. Desondanks moet je je afvragen of we deze "vluchtelingen" wel in ons midden willen opnemen, want op onze eigen flora en fauna kunnen ze een enorm probleem opleveren.

Wellicht ook interessant